To be yourself in a world that is constantly trying to make you into something else is the greatest accomplishment.”

Jezelf zijn in een wereld die je constant probeert te veranderen in iets anders is het hoogste wat er te bereiken is.

Ralph Waldo Emerson.

 

“Pap, ik ga even naar de speeltuin, daar staat een klaproos, ik ga zaadjes halen.”

Dochterlief doet haar schoenen aan en rent naar de voordeur. Zaadjes verzamelen van willekeurige planten om in onze tuin te laten groeien is de laatste tijd een leuke bezigheid. Binnen vier minuten is ze weer terug met de knop van de bloem.

“Een papaverknop?”

“Wat is papaver?”

“De papaverfamilie is een plantenfamilie waar je, naast mooie bloemen, ook drugs mee kunt maken.”

Ze rent naar buiten en roept naar haar broertje “DRUGS!” Ik haal haar maar even naar binnen. Een gesprek over drugs, effecten van gebruik van drugs, medicijnen, maanzaadjes, gebruik en misbruik en productie volgt. Uiteindelijk komen we uit op een favoriet onderwerp: Wat je uit de natuur kunt halen. We komen uit op wilgenbast. Wilgenbast heeft een licht pijnstillende werking en werd vroeger gebruikt als pijnstiller door er op te kauwen.

“Met welke wilgen kan dat dan?”

“Ehh, treurwilgen. Knotwilgen…”

Ze onderbreekt me en vraagt op heel normale toon:

“Beukwilg ook?”

Ah. AHA! Daar ging mijn hoofd, het ratelde eventjes de verkeerde kant op. Beuk-wilg? Beuken zijn geen wilgen… oh… de Whomping Willow bij Hogwarts wel… na drie seconden staart ze me nog steeds met een strak gezicht aan. Ik slaak een klein zuchtje en begin te lachen.

“Daar had je me goed te pakken. Beukwilg.”

“Wat?”

Ze blijft even heel onschuldig kijken en dan breekt er een glimlach door. De laatste twee weken zien we onze dochter weer, het slimme, lieve, ondeugende meisje dat we kennen van voordat ze naar school ging. Maar dat was vijf jaar geleden. Alleen tijdens de vakantieperiodes kwam ze tot zichzelf. School is weer begonnen en normaal gesproken hield dat in dat ze dan weer verviel tot een kind dat zich niet helemaal fijn voelde en druk bezig was zich te verstoppen tussen de andere kinderen. Erg pijnlijk is de bekentenis die ze vorige week deed: Op haar vorige afdeling kon ze nooit zichzelf laten zien want niemand begreep haar.  Hier is dat beter. Zoals ik voor de vakantie al schreef is ze dit jaar begonnen op de hoogbegaafdenafdeling. We zijn nu twee weken onderweg, en je merkt dat ze wat meer zichzelf is. Niet dat ze op de vorige afdeling niet hun best deden, integendeel, maar het is toch anders om tussen hoogbegaafde kinderen te zitten.

De tijd zal het leren… het worden appels of…

Afwachten is het. Afwachten of we na een week of zes, wanneer het nieuwe er van af is, toch dat lieve meisje behouden. Dat zelfstandige, eigenwijze, onafhankelijke ding dat scherpe antwoorden en rake grappen eruit gooit alsof ze geen acht is maar eerder zestien. Ze kijkt weer actief en wakker uit haar ogen. De mentor zei dat we kunnen verwachten dat ze op een gegeven moment zich realiseren dat er ook nog steeds dezelfde saaie werkjes gedaan moeten worden, al is het veel minder, en dat dat moment meestal na zes weken wel bereikt is. De afdeling gaat er sinds een jaar of twee direct vol bovenop na de vakantie, geen rustige start maar direct op dag een al een onderwerp en de diepte in. Het gevolg laat zich raden, veel kinderen hebben zin om weer naar school te gaan omdat ze weten dat ze meteen “aan” mogen. Ze komen hun kameraden weer tegen, de kinderen waarmee ze wel een klik hebben, hun maatjes, hun peers.

Wie niet weg is is gezien.

Een oudergesprekje, na een week of drie, volgt. Onze meid zit mee aan tafel en is behoorlijk moe. Vandaag mocht ze naar de middelbare school als onderdeel van het cognitieve lesprogramma. Oudergesprekken vind ze spannend, ze kruipt terug in haar schulp. Op het eind, helemaal op het eind, begint haar mentor nog even over haar rekenboekje. De bedoeling is dat de rekenboekjes goed aansluiten, ze worden per kind individueel voorbereid. Ze horen dan ook graag van de kinderen of het wel goed is.

“ En wanneer het rekenboekje niet goed is, wie heeft dat dan gedaan? Dat kan er maar eentje zijn.”

Dochterlief leeft even op, en een halve seconde lang zien we daar het meisje dat zich op school nog nooit heeft laten zien tijdens een oudergesprek, haar ogen stralend en fel, haar toon alsof ze tegen een gelijke spreekt, volwassen, duidelijk:

“Jij.”

Dat ziet bijna niemand ooit behalve wij, ze stopt het weg, want wie wil nou geloven en accepteren dat een achtjarige zichzelf op gelijke voet zet in een conversatie met de volwassenen, of een zevenjarige, of een driejarige? Het raakt me wanneer ik het opschrijf.

Stefan Onderheuvel is vader van twee hyperhoogbegaafde kinderen van zes en acht jaar oud. Op dit blog deelt hij maandelijks zijn ervaringen met betrekking tot ouderschap en hyperhoogbegaafdheid in zijn eigen gezin. 

De foto is niet van Stefan en dient enkel ter illustratie.