Trauma en het hoogbegaafde kind: verslag van lezing door dr. Paul Beljan

06 okt 2020Achtergrond

Trauma en het hoogbegaafde kind: verslag van lezing door dr. Paul Beljan

06 okt 2020

Op 1 oktober heb ik het webinar over trauma en hoogbegaafdheid met dr. Paul Beljan bijgewoond. Dr. Beljan is neuropsycholoog voor kinderen en medeauteur van o.a. Misdiagnose en dubbeldiagnose bij hoogbegaafdheid

Het webinar duurde bijna twee uur, dus een volledig verslag ervan wordt te omvangrijk. De belangrijkste punten zal ik hieronder bespreken.

De definitie van ‘trauma’ in de DSM V dekt de ervaringen van zuigelingen en het effect van kleine t-trauma’s niet. Het grote bezwaar bij deze definitie is namelijk dat er een bewustzijn moet zijn van het feit dat er iets heftigs gebeurt, terwijl uit empirisch bewijs blijkt dat kleine t-trauma’s ook bijdragen aan disfunctioneren.

Kleine t of grote T trauma? 

Kleine t-trauma’s zijn gebeurtenissen die minder traumatisch zijn dan grote T-trauma’s, maar veel vaker voorkomen. Hoogbegaafde kinderen zijn gevoeliger voor kleine t-trauma’s, onder andere door:

  • Perfectionisme/faalangst.
  • Vervreemding/afwijzing door peers, isolement.
  • Asynchroniciteit tussen kennis en inzicht: je kunt wel op de hoogte zijn van allerlei problemen, maar hebt nog geen inzicht in hoe je die kunt oplossen.
  • Asynchroniciteit tussen het zelf en anderen: je bent heel enthousiast en kunt daardoor niet goed de gelaatsuitdrukking en lichaamshouding van anderen lezen, komt in hun ruimte en wordt afgewezen, zonder dat je begrijpt waarom.
  • Moraliteit en eerlijkheid hoog in het vaandel hebben staan: de wereld is niet moreel en eerlijk, meerdere oneerlijk en amorele ervaringen zonder het besef dat de wereld nu eenmaal zo in elkaar zit leiden ook tot veel kleine t-trauma’s.
  • Hooggevoeligheid en hoge intensiteit; door de de overexcitabilites is er een hogere gevoeligheid voor indrukken, waardoor er sneller beschadigingen aan het brein kunnen optreden.
  • Herhaaldelijk verkeerd begrepen/gediagnosticeerd worden: je had geen slechte bedoelingen, maar wordt behandeld alsof je die wel had. Tegen die valse beschuldiging kun je je als kind ook nog eens niet goed verweren. Als je verkeerd gediagnosticeerd wordt, wordt je behandeld voor iets waar je niet aan leidt.
  • Verkeerd begrepen worden door ouders/leraren.

Traumatische ervaringen, dus ook de kleine t-trauma’s, in de jeugd verhogen het risico op het ontwikkelen van neuropsychiatrische symptomen en stoornissen. Kinderen die zijn blootgesteld aan trauma kunnen allerlei PTSS-symptomen hebben, gedragsproblemen, angsten, fobieën, depressieve stoornissen. Bij kinderen kan dit op ADHD, ODD of autisme lijken, maar trauma’s veroorzaken deze stoornissen niet.

Kinderen laten hun emoties zien in hun gedrag. Als een kind niet-passend gedrag vertoont in een bepaalde situatie, kán dit op trauma wijzen.

Dr. Beljan gaf nog een expliciet voorbeeld van hoe een kleine t-trauma bij hoogbegaafde kinderen kan optreden, zonder dat hij een onderzoek kent dat hiernaar is uitgevoerd: bij een niet-passend onderwijsaanbod raakt het kind verveeld. Verveling leidt tot gedrag dat wordt afgekeurd. Als dit elke dag, de hele dag gebeurt worden de kleine t-trauma’s opgestapeld.

De ouder en de ervaring van trauma bij hun (hyper)hoogbegaafde kind

Een ander belangrijk punt is het volgende: ouders vinden hun kinderen soms getraumatiseerd, maar worden niet serieus genomen, want die kleine gebeurtenissen kunnen toch niet traumatiserend zijn? Zelfs ouders kunnen getraumatiseerd raken door wat hun kinderen hebben meegemaakt, terwijl hun kinderen er zelf misschien niet eens door getraumatiseerd zijn.

Waarom raakt de ene wel getraumatiseerd en de ander niet? Sommige mensen zijn er vatbaarder voor, bij andere mensen is de aangeboren veerkracht misschien groter. MAAR: mensen kunnen ook gedissocieerd rondlopen, zodat het trauma niet herkend wordt. PLUS: je kunt voor een ander niet bepalen wat traumatiserende gebeurtenissen zijn.

Als een kind eenmaal negatieve aannames heeft over zichzelf, is dat weer brandstof voor een traumatische reactie/angstreactie. Een voorbeeld hiervan is: vervreemding door leeftijdsgenoten leidt tot de aanname: niemand vindt mij aardig. Elke keer dat het kind iemand ontmoet, trekt het zich terug uit angst voor afwijzing (zo houdt het controle over de situatie). Dit resulteert in vervreemding, wat de aanname weer versterkt. Uiteindelijk heeft het kind een disproportionele angstreactie bij elke nieuwe sociale interactie.

Trauma kan worden gezien als extreme vorm van angst. Doordat het brein overgevoelig raakt voor prikkels die lijken op het doorgemaakte trauma is er steeds minder voor nodig om het trauma op te wekken. Bij een vermeende dreiging wordt adrenaline opgewekt, dat invloed heeft op het hele lichaam, waarna een van beide reacties volgt: een hyperalerte staat of een gedissocieerde staat. Het lastige is dat iemand deze twee reacties ook afwisselend kan vertonen.

Kenmerken van een hyperalerte staat:

  • Hyperactief
  • Snel af te leiden
  • Labiel
  • Agressief
  • Onvermogen om gedrag te veranderen op basis van negatieve gevolgen
  • Impulsief
  • Achterdochtig
  • Controle houden

Kenmerken van een gedissocieerde staat:

  • Stil
  • Vlak/afgestompt
  • Starende blik, als bij shellshock
  • Volgzaam
  • Onverschillig
  • Niets meer voelen
  • Weinig ondernemend
  • Lusteloos

Laat kinderen niet het punt van een meltdown bereiken, ze hebben juist positieve ervaringen nodig bij het reguleren van hun gedrag. Als buitenstaander zie je veel tekenen van een naderende meltdown, hoewel die uit het niets lijkt te komen.

Wat kun je doen om angst te reguleren:

  • Op irrationele overtuigingen wijzen (laat een kind hardop nadenken over wat de beste, slechte en meest waarschijnlijke uitkomst van een geanticipeerde gebeurtenis is).
  • Gevoelens niet negeren of ontkennen, dat maakt een trauma erger. Accepteren en valideren helpt bij verwerking.
  • Luisteren zonder advies te geven. Praten is een vorm van verwerking.
  • In een dagboek schrijven. Hier moet je voorzichtig mee zijn, want uit onderzoek blijkt dat herhaaldelijk opschrijven van een trauma dit steeds weer openlegt. Je moet je heel gefocust richten op je gevoelens.
  • Ontspanning beoefenen voor en/of na spannende gebeurtenissen (de 4-7-8 ademhaling: 4 tellen in, 7 tellen vasthouden, 8 tellen uitademen). Doordat bij hoogbegaafden het brein steeds aan staat, is er expliciet tijd nodig om te ontspannen.

De behandeling van trauma kan goed door middel van o.a. EMDR, maar het kind moet na behandeling niet teruggeplaatst worden in een traumatiserende omgeving. Ook goed om te weten is dat trauma wordt opgeslagen in het spiergeheugen. Er kunnen dus meerdere behandelingsmethoden nodig zijn. Ook gebeurt het vaak dat je met het volwassen worden (en het rijpen van het brein) een ander begrip krijgt van een doorgemaakt trauma (bijvoorbeeld op abstracter niveau). Het kan dus nodig zijn om in de loop der jaren meerdere keren hulp te zoeken.

Geschreven door Daniëlle. Zij is moeder van twee hyperhoogbegaafde kinderen. Ook al is er officieel geen (school)trauma vastgesteld bij de oudste, toch herkent ze veel in de oorzaken en gedragingen die dr. Berjan in dit webinar uiteenzet.