“Er zijn twee dingen die een kind van zijn ouders moet krijgen: wortels en vleugels” – Goethe

Stefan Onderheuvel over het opvoeden van zijn hyperhoogbegaafde kinderen

Ik had eigenlijk gedacht om mijn eerste stukje meteen een goeie binnenkomer te laten zijn. Iets over overexcitabilities, intensiteit of een ander, tekenend onderwerp. Duidelijkheid, met sprekende voorbeelden wellicht, je weet wel, iets echt moois dat tot de verbeelding spreekt. Nou, niet dus. Het rolde er gewoon niet uit. Perfectionisme en writers block waren niet de problemen. Nee, ik ben vooral bang mezelf te laten zien. Na jarenlang met mezelf geworsteld te hebben lijkt het niet makkelijk om in een voetlicht, eender welk voetlicht, te treden en dat terwijl het eigenlijk maar een klein stapje is op een langere weg. Laten we dus maar eens met voorstellen beginnen. Mijn naam is Stefan, ik ben 38 jaar en ik werk als technisch applicatiebeheerder in de IT.
Ik leerde Femke van Talentissimo kennen tijdens een sessie die ze gaf over kinderen met hyperhoogbegaafdheid (IQ 140+, voor diegenen die niet door deze website heen hebben gekeken). Mijn vrouw en ik zaten bij die sessie vanwege onze kinderen. “Turbokinderen”, zo omschreef de orthopedagoge die ze een half jaar eerder getest had. Ze zijn energiek en snel. Heel erg snel. Zo snel dat ze af en toe zichzelf voorbij lopen, denken iets al te snappen en dan hun neus stoten of gewoon niet opletten wanneer je wat zegt omdat ze allang weten waar het over gaat. En dat is ook vaak zo, maar dan maar voor tachtig procent. Dit geeft wat extra uitdaging bij de opvoeding. Onze kinderen zijn nu zeven en vijf jaar oud, respectievelijk, een meisje en een jongetje. Het meisje begon op negen maanden te praten en stopt meestal alleen wanneer ze een boek leest of wanneer ze slaapt. Het jongetje leerde zichzelf lezen ergens rond zijn derde. Beiden zijn ze zeer expressief en fantasierijk en zo nieuwsgierig als maar kan.

Je kind als spiegel

Kinderen functioneren op een boel vlakken als prima spiegels voor hun ouders. Wanneer je bijvoorbeeld een keer een verkeerd woord zegt dan word dat natuurlijk razendsnel overgenomen. Karaktertrekken die je herkent in je eigen ouders en jezelf zie je snel terug, en mocht je niet direct iets herkennen dan kunnen diezelfde ouders je wel helpen aan herkenning. Zo merkte mijn moeder eens op dat onze jongste net zo speelde als ik vroeger op tweejarige leeftijd. Hiermee is dan ook meteen mijn eigen angst om in het voetenlicht te treden verklaard, want wanneer mijn kinderen zo zijn als ze zijn dan hebben ze dat niet van een vreemde. Impliciet aan deze uitspraak is een stuk acceptatie van mezelf, angst voor acceptatie door anderen, een reflectiemoment op mijn leven en de door mij gemaakte keuzes op basis van mijn mogelijkheden en tal van andere zaken die ooit nog eens wel of niet de revue zullen passeren.

De kracht om jezelf te zijn

Als ouder heb je altijd wel angsten, daarin zijn wij niet anders dan andere ouders. Kinderen opvoeden komt nu eenmaal met getob, met jezelf afvragen of je het wel goed doet en met uitspraken zoals “op hoop van zegen”. Uitgerust met het equivalent van een mentale raceauto kun je bovendien nog eens lekker snel uit de bocht vliegen ook, en de mentale wegen op scholen in Nederland zijn vooral gemaakt voor mensen die netjes binnen de snelheidsbeperkingen kunnen rijden. Uit de bocht vliegen gebeurt nog veel te vaak. Uiteindelijk is de wens van iedere ouder voor zijn of haar kind dat ze ergens in hun leven geluk vinden, en de kracht om zichzelf te zijn.
Nu ik het zo opschrijf is het niet meer zo spannend. Tijd om nog wat stapjes te nemen en te kijken waar we uitkomen.
Stefan Onderheuvel is vader van twee hyperhoogbegaafde kinderen van vijf en zeven jaar oud. Op dit blog deelt hij maandelijks zijn ervaringen met betrekking tot ouderschap en hyperhoogbegaafdheid in zijn eigen gezin.
De foto boven dit blog is geen foto van Stefan en/of zijn zoon, dit beeld is slechts gebruikt ter illustratie.