Pindakaasmonsters & wat er wel en niet werkt in opvoeden

Pindakaasmonsters & wat er wel en niet werkt in opvoeden

“Man cannot live by bread alone, he must have peanut butter.” – “De mens kan niet alleen leven op brood, hij moet pindakaas hebben.” James. A. Garfield.

Ik tref dochterlief aan op een krukje op zondagochtend, pyjama nog aan. Ik zie niets maar hoor het geluid van de deksel van de pindakaaspot, je weet wel, zo’n grote van 1 kilogram. Ze staat met haar rug naar me toe en zegt “Ik wou weten hoeveel pindakaas er nog in de pot zat papa.” Uhu. Natuurlijk. Ik doe een stap of twee dichterbij en kijk naar haar vingers. “JONGEDAME!” Ho, net wat te luid.”Ga jij maar eens naar je kamer! En lik die vingers af, er zit nog pindakaas aan.” Enigzins geshockeerd kijkt ze me aan, maar dat zakt al snel en wat teleurgesteld druipt ze af. Ik pak de pot en zet hem terug in de kast. Ik wacht vijftien seconden en loop naar boven om met haar moeder te praten. Die wil weten wat er aan de hand is. “Een pindakaas monster.” Door naar de kamer van mijn allerliefste meisje. Na een kort gesprekje geeft ze aan dat ze het niet meer zal doen. Dat lijkt me dan wel weer afdoende, meestal houd ze zich aan dat soort afspraken, betrapt is betrapt, en ik loop naar beneden om het ontbijt te smeren. Als eerste de pindakaas want die is begrijpelijkerwijs immens populair. Ik maak de pot open en zie een paar enorm dikke strepen. Ik schiet vol in de lach, loop weer terug naar boven en tref dochter en moeder samen in bed aan, pratend over de pindakaas. “Had je gedacht dat we dat niet zouden zien? Wat een enorme strepen zeg.” Ze kijkt wat beschaamd. “Nee pap, maar er zitten altijd wel strepen in de pot. Ennuh, ik doe het vaker.” Ohzo, dus daarom was de pindakaas-pot de vorige keer zo snel leeg. “Goed dat je dat eerlijk zegt.” Ik geef haar een knuffel.

Wat werkte er niet…

We hebben in het verleden van alles geprobeerd. Toen ze nog heel klein waren werkte het heel goed om ze gewoon ter plekke 2 minuten op de grond neer te zetten wanneer ze iets uithaalden wat echt niet mocht. Met de jaren kwam er ander gedrag en bleken ze af en toe ook hoogbegaafd in het verzinnen van streken. Oh, koekjes stelen doen ze niet maar ze gaan wel met je in discussie over óf ze een koekje mogen, een half uur lang, met allerlei argumenten waarom. Ik heb haar ooit eens een croissantje gegeven in de supermarkt met de vermelding dat dit nu niet de regel was maar een uitzondering, en dat heeft ze zo goed onthouden dat ze jaren later nog vaak genoeg probeerde om er eentje te krijgen. Een handeling die de ene dag onschuldig lijkt is binnen drie dagen verworden tot een patroon waar ze graag aan vast houden. Jammer genoeg werkt dat vaak niet met wat wij van ze willen. Beloningssystemen zijn maar een week of twee leuk, daarna is de lol er vanaf, en uiteindelijk zijn veel dingen gewoon verworden tot een “ze groeien er vanzelf weer uit” – situatie. We hebben een tijdje geprobeerd, toen ze wat ouder waren, om onwenselijk gedrag af te leren met straf ( speelgoed verwijderen) maar wat moet je met een kind dat gewoon in zijn of haar hoofd verdwijnt om daar verder te spelen en genoeg heeft aan een paar dekens en een stuk touw? Ook voelde het nooit fijn om ze op die manier straf te geven, onze jongste huilde onerbarmelijk en dat gaf me direct een enorm ongelukgsgevoel want hoogsensitief en klein mannetje en zelf ook een mannetje en jeugdherinneringen en herkenning van het huilgeluid… dat werkte voor papa netzomin als voor guppie.

En wat werkte er soms…

Natuurlijk werd er daarna nog een keertje uit de pindakaas-pot gelikt. En ook daar werd ze betrapt, want ze had heel oncharmant haar vinger langs de bovenkant gehaald. Weer een gesprekje, en toen kwam het wel binnen. Ze zal binnenkort wel weer wat anders verzinnen. De enige straf die we uitdelen is het equivalent van “toen ze nog heel klein waren” , ze krijgen een time-out en moeten verplicht zichzelf vijf tot tien minuten vervelen. En vaak vragen we ze gewoon of we iets een goed idee zouden vinden, en of ze dat niet meer willen doen en hoe en wat ze dan iets anders kunnen doen. Regels worden in huis vastgesteld nadat de ouders besluiten dat er een regel nodig is, en dan gaan de kinderen vervolgens bedenken hoe ze die regel kunnen oprekken. Ergens heeft dat ook wel weer iets komisch, we leven in een constante onderhandeling. Er zijn maar twee regels die niet verbroken kunnen worden ( al word daar ook regelmatig aan getornd): Bedtijd en het tijdstip waarop je er weer uit mag. Vooral dat laatste is in het verleden onderwerp geweest voor discussie en experimenten vanuit onze dochter, ze heeft in de ochtend meestal energie voor tien. Volhardendheid en uitleggen waarom je bepaalde dingen echt niet wilt ( “Je ouders hebben ook slaap nodig.”), desnoods tien keer, zijn in de praktijk vaak net zo nuttig. Veel dingen leren ze nu door ervaring. Daar was ik zelf vroeger niet veel anders in, al was ik in mijn puberteit er wel al van doordrongen dat mijn vader meestal nu eenmaal gelijk had omdat wat hij zei logisch was. Nou maar hopen dat mijn eigen kinderen dat over een paar jaar ook doorhebben ;-).

Stefan Onderheuvel is vader van twee hyperhoogbegaafde kinderen van vijf en zeven jaar oud. Op dit blog deelt hij maandelijks zijn ervaringen met betrekking tot ouderschap en hyperhoogbegaafdheid in zijn eigen gezin. 

About The Author