Na een jarenlange onzekerheid over de aard van het gedrag en lange jaren eenzaam (letterlijk) zoekend naar een oorzaak voor de extreme overgevoeligheid, boos en gefrustreerd zijn, lichamelijke klachten en als gevolg en zich diep ongelukkig voelend zijn mijn twijfelachtige vermoedens van hoogbegaafdheid bevestigd. Een bijzondere ontmoeting was de aanleiding; meer dan toevallig zijn wij in het buitenland samen gebracht met een orthopedagoog gespecialiseerd in HB. Een daaropvolgend contact mochten we bij haar komen en mochten we onze zoon ontdekken. Een jaar later met nog meer twijfel zaten wij er met onze dochter. En nu zijn we dan zomaar een gezin met twee kinderen met een IQ van 145+, uitzonderlijk hoogbegaafd, hyperhoogbegaafd, 2 op de 2000….

“Lonely at the top, absolutely not”….

Deze spreuk hing vroeger boven mijn bed in mijn ouderlijk huis. Het was echt de mooiste reclame poster ooit. Van mijn droom merk, te duur en ver boven onze stand. Maar geïntrigeerd bleef ik door de creativiteit, kleuren en mode. Meer dan ik destijds besefte, was het, zoals ik er nu op terug kijk, waarschijnlijk de mooie sprookjesachtige setting welke me houvast gaf in mijn eenzaamheid. Ik zat wel op sporten hoor, en had ook wel een soort van vriendinnen, maar ergens voelde ik mij altijd een buitenstaander. Het meisje verhuld in prachtige gekleurde kleren #the top wilde ik zijn. Op de gefantaseerde berg was je niet eenzaam, maar alleen. En je mag daar alleen stralen en mooi zijn, jezelf zijn. Er was verder niemand dus je voelt je niet onbegrepen en ook niet schuldig. Het meisje van de poster was daar ook gelukkig, dus je bent ook niet de enige die het daar fijn vindt en dat is een flinke geruststelling! Liever alleen dan eenzaam. Allerliefst samen alleen.

“Lonely at the top…. “ krijgt nu wel erg veel betekenis. Want laten we als Ouders van hyperhoogbegaafde kinderen eerlijk zijn; hoe prachtig het ook is om getalenteerde kinderen te mogen hebben, hyperhoogbegaafd zijn betekent helaas ook dat je je vaak eenzaam voelt. Als ouders kan je je intens verdrietig en machteloos voelen te zien dat je getalenteerde kind zoveel in zich heeft, maar er niks uit komt, en hierdoor zich ongelukkig voelt over zijn of haar bestaan. Hun wens is vaak gewoon zijn, net als de rest zijn, “erbij” horen. En daar doen ze dan ook de hele dag hun best voor. Een van de redenen waarom ze hier altijd moe zijn, uitgeput. Onmogelijk bij hoogbegaafd zijn met een IQ boven de 145. We horen als ouders weleens uitspraken als; “Was ik er maar niet”, “Was ik maar niet geboren”, “Ik wil van de wereld af”, en ook een hartverscheurende “Was ik maar dood…”. De keiharde waarheid. Dus blijven we zoeken naar dát, dat wat ze gelukkiger maakt. Soms meer en vecht- tocht dan zoek- tocht.

Drentse nuchterheid en gelijkheid

We wonen met ons gezin in Drenthe, met onze Drentse nuchterheid. Uit onderzoek is gebleken dat de Drenten vooral trots zijn op deze nuchterheid. Ook hebben de Drenten schaamte; o.a. voor het gebrek aan voorzieningen en het gemis van een hogeschool of universiteit in Drenthe. Drenthe is niet dichtbevolkt, in de vele dorpen kent men een ons kent ons cultuur. We (willen) weten alles van elkaar. Iedereen is gelijk. Mooi. Maar niet voor de hyperhoogbegaafden. Stel je voor dat je dit hardop benoemt. Dan loop je volledig naast je schoenen. De angst is groot niet sociaal geaccepteerd te worden. We kiezen er dan ook voor NIET “uit de kast te komen”, en hopen de kans om gepest te worden te beperken. Onze provincie heeft heerlijke natuur om je in terug te trekken, maar geen bergen om naar de top te klimmen. Dan laten we onze kinderen dus maar in bomen klimmen. Daar is het fijner. Toch een beetje alleen. Alles kunnen zien. Er gebeurt niks achter je rug om. We maken de keuze om hier te blijven, onze plek is nu even onze houvast. Hier kunnen we alleen zijn, en hebben we vrij uitzicht, op hopelijk een mooie toekomst. De bergen zoeken we nog op.

Op de weg naar de berg, nu nog uitzichtloos, gaan we op zoek naar de talenten. Hiermee hopen we dat onze onzekere kinderen, vol met (negatieve) gedachtes en (faal-)angst deze onzekerheden kunnen los laten. We gaan de “beren op de weg” langzaam verjagen. Hyperhoogbegaafden zien extra extra veel beren op de weg. Ze zien alles door een elektronen microscoop en hebben extra veel zintuigen. Hoogbegaafden zijn niet zomaar hooggevoelig, maar intens gevoelig. Ze maken een eigen individuele ontwikkeling mee.

Terug naar de berg gaan we dat vertalen in wat er in de kinderen omgaat. Ze denken immers over alles extreem goed na omdat zoals beschreven ze intens goed voelen en waarnemen. Nemen we de hoogbegaafden mee naar top roept direct vragen bij ze op;

Is het eenzaam aan de top?

Wie loopt er nog meer mee naar de top, wie is mijn gids?

Loopt er aan de andere kant ook iemand de berg op?

Is er al iemand op de de top?

Is het er koud. Wat moet ik aan. Straks krijg ik het te warm.

Hoe lang duurt de reis, hoeveel eten neem ik mee. Past dat allemaal in mijn tas?

Straks krijg ik honger.

Welke tas moet ik mee, straks gaat de tas schuren. Welke sokken neem ik mee, wat als ze nat worden.

Straks ga ik iedereen missen, of vergeten ze mij. Kan ik wel weer terug?

Houden ze dan nog van mij. Wat nou als ze ‘thuis’ ziek worden of problemen hebben.

Dan ben ik er niet voor ze.

Kan ik het wel aan. Is de berg te steil, te hoog?

Krijg ik blaren? Zitten er gevaarlijke dieren?

Ik kan het niet. Ik kan het niet. Ik durf niet. Ik ben bang.  

Fantasie neemt het over…

Wat zou het fijn zijn daarboven, zo stil, lekker rustig en kalm. Ik heb overzicht, over alles, alle richtingen, ik kan alles overzien, en ik kan zien wat iedereen doet en wie naar mij toe komt. Er gebeurt niks achter mijn rug.

Ik ben lekker weg van de drukte en toch ben ik er nog bij. Ik ben dichtbij mijn ‘thuis’.

En dichtbij de zon, ik voel de warme zonnestralen als een kachel op mijn afgekoelde huid. De schaduw is duidelijk zichtbaar en maakt plaats voor het geschakeerde licht die het leven op de berg zichtbaar maakt in haar heldere kleuren.

Ik heb geen schuldgevoel.

Zonder moeite helpt de zwaartekracht mij aarden en mijn lijf ontspant.

Laten we schatten zoeken. De natuurschone schatten, ontstaan vanuit de vorming van de aarde en het leven op aarde.

Nieuwsgierigheid wint het van de angst en ontastbare en tastbare schatten worden gecreëerd en gezocht. De beitel wordt vastberaden in de rotsen geslagen voor houvast. Er worden stenen gevonden. Bijzondere stenen, edelstenen. Wat wil de geschiedenis ons vertellen? Welke schatten liggen er nog meer verborgen? We gaan op zoek en vergeten de onrust, angst en pijn. Het beklimmen van de berg valt reuze mee. Het zoeken doet alles vergeten.

145+… voor mensen die ouder worden dan 145? 

De edelstenen trekken onmiddellijk de aandacht van onze kinderen Pepe en Olly. We maken een kleine reis naar de workshop Gemmologie in de hoofdstad van onze provincie; Assen. Al vaker zag ik bij Femke Hovinga van Talentissimo leuke workshops voor hyperhoogbegaafde kinderen. Na lang twijfelen heb ik onze kinderen aangemeld voor de workshop over edelstenen. Maar: “Zullen ze wel hoogbegaafd genoeg zijn?” Mijn zoon die op gamen na zich momenteel voor niets interesseert en alles teveel moeite vindt, mijn dochter eigenlijk te jong en verlegen. Voor mij voelt het alsof we “uit de kast gaan komen” en al binnen een uur haal ik mijn “gaat” reactie van FB af. Een vriend reageert met een Like, een vriend van een vriend reageert met “is dat alleen voor mensen die ouder worden dan 145?”. Maar hoe dan? Hoe gaan de dan ooit andere mensen uitleggen waarom  onze hyperhoogbegaafde kinderen zijn wie ze zijn? Waarom we het als ouders 24/7 druk hebben met al hun vragen, gevoelens, onzekerheden, worstelingen, frustraties, verdriet, verveling, woede, pijn, angsten. Hoe leggen we dan ooit uit wat ze nodig zijn? En waarom een verjaardag de hel kan zijn, of een vakantie te kort. Krijgen we ooit begrip dat onze kinderen niet verwend zijn, of brutaal, of te zacht aangepakt. Kunnen we uitleggen dat we geen curling ouders zijn, of teveel vragen van onze kinderen. Dat uitdaging er wel toe doet, juist wel. En erkenning ook. Juist dat. Dat ouders zijn van hoogbegaafde kinderen helemaal niet makkelijk is en ouders begrip van de omgeving missen. Uit gemak vertellen we dus alleen mijn ouders en leerkrachten dat de kinderen naar een workshop gaan voor hoogbegaafde kinderen van 145+.

Tamelijk verlegen komen we binnen in het lokaal en al snel worden we vriendelijk welkom geheten door Femke. Ontspannen maken we kennis met haar en haar collega gemmoloog Ank. Gefascineerd door alle edelstenen op tafel trekken alle kinderen bij elkaar. Duidelijk is een gemeenschappelijke nieuwsgierigheid in de wonderschone edelstenen. Volwassenen kijken nog even samen mee en ik verbaas me over de kinderen. Ze ogen rustig, opgenomen in de groep, zich niet meer beseffend wie er naast ze staan, bescheiden, maar niet verlegen. Er is zowel geen oog contact meer als fysiek contact met mij, wat meer indruk op mij maakt dan de edelstenen. Hoe prachtig ze ook zijn.

Ik zie twee compleet andere kinderen dan de avond, ochtend en middag ervoor. De spanning voor de workshop was om te snijden. De zenuwen hebben invloed op de sfeer in het en op het hele gezin. Onrust, discussies, herrie, korte nacht….. ik vroeg mezelf hardop af; “ wat heb ik me nu weer op mijn hals gehaald?”

Had ik ze toch maar niet opgegegeven voor de edelstenen workshop 145+

Wat nou een IQ 145+?

Als geboren en getogen Drent gedraag ik mij uit gewenning ook maar zo. Wat zegt nou een IQ he? Dat is toch niet belangrijk? Nee, niet in alle gevallen inderdaad, maar nu toch echt wel. Doe maar normaal dan doe je al gek genoeg. En hoe moet dat dan? Hoe gedraagt een hyperhoogbegaafde zich al een normaal persoon? Dat noem je dus aanpassen. En daar word je toch moe van. Elke dag maar doen of je normaal bent, en je afvragen wat is dan normaal? Een IQ van 100?

Twijfel slaat in als een bom. Afbellen kan niet meer.

Waarom, waarom laat ik mijn kinderen naar een groepje hyperhoogbegaafden gaan terwijl ik weet dat ze zo onzeker en verlegen zijn en ze zelf niet eens van zichzelf geloven dat ze hoogbegaafd zijn.

Overvraag ik ze? Overschat ik ze? Onderschat ik ze?

Druk ik ze nou in een hokje? Leg ik ze druk op? Doe ik mee aan de label- maatschappij?

Ja, natuurlijk, dat is het. Ik voel letterlijk overal weerstand en onbegrip wanneer ik de omgeving probeer uit te leggen dat de kinderen aan het onderpresteren zijn.

Laat ze gewoon kind zijn. Prestaties zijn niet belangrijk. Verstand versus gevoel. Elke dag opnieuw.

Net zoals elke situatie weer vraagt om hoogbegaafde opvoedkunde. Is de reactie echt of bedacht, zit er een gedachte achter en willen ze me te slim af zijn. Ben ik mee levend of consequent. Zijn ze eigenwijs of autonoom. Is het uitdagen of verveling. Zoeken ze grenzen of zijn ze zichzelf verloren. Is het te moeilijk, of te makkelijk. Vragen we teveel of te weinig. Één ding; het is nooit kwaad bedoeld, hoe boos ze ook zijn. En ze zijn echt duidelijke grenzen nodig. Maar weet dat frustratie een gevolg kan zijn van verveling en eenzaamheid, onderpresteren of uit staan.

Afbellen kan echt niet meer.

Nu even terug… waarom was het ook alweer goed om naar de workshop te gaan. In eerste instantie contact met gelijkgestemden. Ik had er al zo vaak over gelezen. En alle argumenten klinken ook zo vanzelfsprekend. Bij zgn. peers kunnen ze zichzelf zijn en worden ze gespiegeld in hun intelligentie. Ze mogen slim zijn zijn en wie weet wordt hun humor nu wel begrepen. Het zou toch mooi zijn. Dus we wagen een kans. We proberen het gewoon. Het is maar één keer immers.

Maar 1 x….

En dát hebben we geweten…

Waar ik had verwacht dat ze zich bij het afscheid volledig aan me zouden vastklampen, hielden ze het bij een vrij onverschillige “tot straks, mama”. En alweer afgeleid door de mooie stenen, en dat kleine interessante loepje. Onopgemerkt opgenomen in de groep. De sfeer is er kalm en licht. De kinderen zijn ontspannen en hebben klaarblijkelijk 3 ogen open. Gerust laat ik ze achter.

We mogen het laatste kwartier van de workshop mee genieten en sluiten aan, benieuwd naar de blikken die altijd zoveel zeggen. Femke vat voor ons samen wat de kinderen vandaag hebben geleerd. Ze stelt de kinderen vragen over de workshop, inhoudelijke vragen, moeilijke vragen. We verwachten een stilte, maar er gaan gretig vingers de lucht in. En weer, een weer. En ze antwoorden, luid, en duidelijk, geen schaamte of angst. Ik voel me een soort van warm worden. Ik schrik van de kennis die mijn zoon gemakkelijk uit zijn mond  laat rollen. En van mijn dochter die buiten thuis en school nergens van zich durft laten te horen. Hoe is dit mogelijk. Ik krijg bijna de slappe lach, maar ik hou het natuurlijk in. Ik ben trots, super trots. Compleet verbaasd ben ik, onze kinderen, ze staan ‘AAN’. Net zoals toen bij de intelligentietest. Onder de indruk van wat ze weten en kunnen leren onthouden.Het gevoel van ongeloof komt even terug. Dus toch. Het kan wel. En waar is ineens hun onzekerheid gebleven?

Zichzelf kunnen zijn

Twee troste en blije kinderen nemen we weer mee naar huis. Ze zijn niet overmoedig, maar gewoon gelukkig. Dit heb ik in lange tijd niet meer bij mijn zoon mogen zien. Ik denk bij mezelf, dit is het, dit is hét. Ik weet het eigenlijk al zo lang, maar hij is meer uitdaging nodig. Hij presteert onder. Ik durf het hardop te zeggen. En ik ga er ook niet meer over twijfelen. Het kan. En mijn dochter, even geen typetje en clowntje, maar een meisje wat er durft te zijn, haar stem wat lager en kalmer. Ze waardeerde zichzelf. Ik zag het. Ik voelde het. Het belang van contact met gelijkgestemden, en de benadering van de kinderen door Femke. Zij durft moeilijke vragen te stellen, lastige dingen uit te leggen. Ze weet wat ze aankunnen en benadert ze op gelijk niveau, niet als kleine kinderen. Was ze maar juf van onze kinderen. Dit is wat ze nodig zijn. In combinatie met interesse thema’s. Zo komen ze tot verrijken en omhoog differentiëren.

En direct word ik ook weemoedig, was het op school maar zo.

Het was helaas maar 1 x…

“Mama, zullen we dit jaar op vakantie edelstenen gaan zoeken bij een berg?”

En toch voel ik me opgelucht.

“Lonely at the top, absolutely NOT”!

Dit artikel is geschreven door Erika, moeder van Pepe (8 jaar) en Olly (6 jaar), beiden hyperhoogbegaafd.