"Ik wil rekenen maar dat mag nog niet van de juf"

Nuh

Dit ben ik

Ik ben goed in voetballen en zwemles. En in rekenen: 100 plus 100 is 200. Ik reken graag, maar het mag nog niet van de juf. Alleen spelen.

Als ik groot ben wil ik tennisser worden. Dat vind ik leuk en daar kun je ook geld mee verdienen.

De baas voor één dag

Als ik de baas was ging ik tennissen. Samen met oma en opa. En de hele dag voetballen en op zwemles. En dan ging ik nooit meer naar school…

"Hoogbegaafdheid kan zich op allerlei verschillende manieren uiten"

Julia,
moeder van Nuh

Waaraan merkte je dat Nuh een beetje anders is dan andere kinderen?

Nuh heeft twee oudere broers die hoogbegaafd zijn dus we hadden de verwachting dat hij ook weleens hoogbegaafd zou kunnen zijn. Het viel ons wel op dat hij heel graag zelf de leiding nam en zelf beslissingen wilde nemen. En in onze optiek niet altijd helemaal passend voor zijn leeftijd, waardoor het soms best lastig was om een middenweg te vinden in waartoe wij hem al in staat achtten en wat hij zelf graag zou willen. Toen hij vier werd dachten we: “Laten we hem toch maar vast testen. Mocht hij hoogbegaafd zijn dan weten we in elk geval welk pad we moeten bewandelen met hem en wat zijn schoolbehoeften zijn.” Uit het intelligentieonderzoek bleek dat hij hyperhoogbegaafd is.

Wat zijn volgens jou bij hem echt kenmerken van hyperhoogbegaafdheid?

Die opvallend sterke drang naar autonomie in elk geval. Nuh is heel zelfstandig voor zijn leeftijd, komt volwassen over. Hij doet het allemaal wel even en hij kan het allemaal wel. Hij kan heel ver doordenken en het lijkt wel alsof hij een fotografisch geheugen heeft: hij kan alles onthouden als we spelletjes spelen. Op vierjarige leeftijd speelde hij monopoly met ons. Hij kon het geld zelf tellen, kon nog niet lezen maar wist toch altijd precies welke tekst er op welk kaartje stond. Je merkte gewoon niet dat hij pas vier was, het leek wel alsof ik met een andere volwassene aan het spelen was. Hij wilde natuurlijk heel graag winnen, en als hij een keer niet won kreeg hij een woede aanval en dan dacht ik: “Oké, je bent nog steeds vier jaar…”

Wat zou je tegen scholen willen zeggen over hyperhoogbegaafdheid?

Volg hun leerlijn. Laat ze niet de standaard leerlijn van school doorlopen. Alles is nu heel erg gericht op het doorlopen van de groepen en ze zijn niet echt gericht op het vooruit werken en aanbieden van wat deze kinderen nodig hebben. Daardoor gaat versnellen niet makkelijk, in ieder geval niet op de school waar mijn kind nu zit.

Hyperhoogbegaafde kinderen moeten nu constant wachten tot de hele klas iets aangeboden krijgt. Als dat anders zou kunnen zou dat denk ik echt goed zijn voor deze doelgroep. Anders komen ze op gegeven moment op een punt dat school echt niet meer leuk is, omdat ze niet meer verder kunnen of mogen. Ieder kind heeft zijn eigen leerlijn, waarom mogen ze die niet gewoon volgen?

Is elk hyperhoogbegaafd kind een kleine Einstein?

Dat denken mensen vaak wel als ze aan hoogbegaafdheid denken, dat het kinderen zijn die alles kunnen en altijd heel slim overkomen. Bij onze oudste klopt dat beeld wel een beetje: bij hem uit het zich inderdaad in goed kunnen rekenen en al op jonge leeftijd taalkundig heel vaardig zijn. Hij kon op 1,5 jarige leeftijd al tot 25 tellen, heen en terug, het Nederlandse en Arabische alfabet op volgorde leggen, schrijven. Dat was voor ons echt het signaal dat hij een ontwikkelingsvoorsprong had. Ik denk dat we het anders niet direct herkend zouden hebben. De interesse in wetenschappelijke onderwerpen was er bij hem ook al vroeg en is er nog steeds.

Maar de middelste is bijvoorbeeld heel kunstzinnig en een heel emotionele jongen. Hij is gefascineerd door de natuur en door kleuren, tekenen, alles wat met kunst te maken heeft. Is enorm betrokken met dieren en dierenwelzijn. Hij heeft veel minder met rekenen en schoolse vaardigheden, de dingen die je misschien zou verwachten bij een hoogbegaafd kind.

En dan heb je Nuh. Hij kan wel al lezen en rekenen, maar dat heeft niet daadwerkelijk zijn interesse. Hij houdt vooral van sporten en vooral het doorzettingsvermogen tijdens dat sporten, daarin zie je dat de wil en de drang om te leren en beter te worden in iets veel groter is dan bij een gemiddeld kind. Hij is hyperhoogbegaafd, maar dat zou je niet direct zeggen omdat hij geen interesse heeft in wetenschappelijke onderwerpen. Dat is toch wel het beeld dat de meeste mensen hebben als ze horen dat een kind hoogbegaafd is. De manier waarop hij zich verbaal uit komt ook niet overeen met dat beeld. Het enige wat hen opvalt aan Nuh is dat hij zich anders gedraagt en ‘eigenaardig’ is. Dat kunnen ze niet helemaal plaatsen.

Drie totaal verschillende kinderen dus, alledrie hoogbegaafd maar met heel verschillende interesses. Als we naar een museum gaan moet ik ook iedere keer een ander museum kiezen, met een thema waar de interesse van één van de kinderen naar uitgaat. Ze vinden nooit alledrie hetzelfde leuk. Hoogbegaafdheid kan zich echt op allerlei verschillende manieren uiten.

Hyperhoogbegaafd, voor of nadeel?

Beide.

Het is bijvoorbeeld leuk dat je met Nuh al een redelijk volwassen gesprek kunt houden. Hij begrijpt goed wat ik wil en wat ik ermee bedoel, dat vind ik wel makkelijk praten. Ik hoef met hem niet op een heel kinderlijk niveau te communiceren. Maar we hebben ook regelmatig woordenwisselingen over wat hij wil maar nog niet mag of kan. Dat zorgt weleens voor frustratie bij hem, want hij begrijpt niet altijd waarom hij bepaalde dingen niet mag terwijl hij ze wel kan.

Als het aan hem zou liggen zou hij bijvoorbeeld nu al zelf naar de winkel gaan, zelf boodschappen doen en terugkomen. Of met de fiets naar opa en oma gaan, want hij kent de weg toch en waarom zou hij dat niet mogen? Dat laat je een vijfjarige natuurlijk nog niet doen: opa en oma wonen hier niet om de hoek, het is echt 40 minuten fietsen. Maar omdat hij de weg kent en kan fietsen en best begrijpt dat hij moet opletten, vindt hij dat hij het zou mogen. Er zijn gewoon dingen die hij al wil maar die wij nu echt nog niet verstandig vinden.

Wat vraagt het van jou als ouder?

Het is soms moeilijk om in al hun behoeftes te voorzien. Je wil graag dat wat ze aangeboden krijgen past bij waar hun interesse naar uitgaat en dat is lastig als je vier kinderen hebt. Soms moeten ze daardoor op elkaar wachten, omdat ze zo verschillend zijn.

Vaak het op school even goed met de één maar dan gaat het weer minder met de ander en moet je daar met z’n allen wel rekening mee houden. En de e-mails richting de juffen zijn ook altijd een uitdaging, want dit kind is weer heel anders dan de anderen en heeft andere behoeftes en zo blijf je maar wisselen.

Zelf liep ik vroeger tegen heel veel problemen aan op school, waardoor ik nu extra alert ben op de behoeftes van mijn kinderen. Ik wil graag dat ze een wat fijnere schoolcarrière zullen hebben. Dat houd ik in mijn achterhoofd: waaraan merk ik dat hij niet lekker in zijn vel zit qua gedrag, of misschien qua cijfers? Mijn interesse in het psychologisch welbevinden van kinderen is groot. Ik heb een opleiding gevolgd over hoogbegaafdheid en studeer daarnaast nu ook psychologie. Dat helpt bij het herkennen en aanpassen van dingen die niet lekker lopen.

Gelukkig krijg ik ook veel steun. Voor mijn ouders zijn mijn kinderen ook een beetje een project. Ik heb ook een broer en een zus, en alledrie hebben we problemen gehad op school. Hierdoor hebben mijn ouders het idee “We gaan ervoor zorgen dat de kleinkinderen terecht komen waar ze horen, dat ze zich kunnen ontwikkeling zoals het hoort.” Dus ze ondersteunen mij op alle fronten, en mijn man ook.

Wat zou je zelf graag nog willen zeggen?

Het zou fijn zijn als mensen zich realiseren dat hoogbegaafdheid voorkomt in alle sociale lagen en bij alle verschillende achtergronden. Dus ook bij kinderen met een migratieachtergrond, bij kinderen uit armere gezinnen of bij kinderen met minder hoog opgeleide ouders.

Zelf ben ik in Roemenië geboren en mijn man komt uit Egypte. De kinderen zijn dus half Roemeens, half Egyptisch en ze groeien op in Nederland. Ze krijgen meerdere talen mee, meerdere culturen en ik moet zeggen dat ik dat ook wel als een extra uitdaging zie. Je bent constant bezig met dat ze van alledrie de culturen voldoende meekrijgen, dat het begrip er is wanneer ze zich bevinden in die kringen. Zodat zij ook weten hoe ze zich daarin horen te gedragen en wat de verwachtingen kunnen zijn. 

Ik maak me soms weleens zorgen over hoe het later bijvoorbeeld op de arbeidsmarkt zal gaan, met hun gemixte achtergrond. Ze zijn heel intelligent, maar zullen mensen ook verder kijken dan alleen hun naam?