"Of ik anders ben omdat ik hoogbegaafd ben? Dat ligt eraan met wie ik ben"

Jelte

Dit ben ik

Ik hou van techniek en van huizen bouwen. In het echt, met bakstenen en hout en kabels en zo. Als ik groot ben wil ik uitvinder worden, voor medicijnen.

Op school zit ik vaak stiekem te gamen in de klas. Meestal merkt niemand dat: ik heb pas één keer een Chromebook verbod gekregen. Ik moet op school omdat ik hoogbegaafd ben vaak andere dingen doen. Soms zijn die niet leuker maar stommer, bijvoorbeeld spelling en taal en rekenen. Soms is het wel leuk, dan mag ik een robot bouwen. En ik mocht ook een keer naar een autofabriek om rond te wandelen en te kijken wat daar allemaal is.

Of ik anders ben op school omdat ik hoogbegaafd ben ligt eraan met wie ik ben. Sommige mensen zijn heel anders en sommige mensen zijn wel een beetje hetzelfde.

De baas voor één dag

Als ik één dag de baas zou zijn van Nederland dan zou alles voor mij gratis zijn en ik zou helemaal zelf doen wat ik wil. School zou niet meer bestaan. En er mogen alleen nog maar elektrische auto’s gebouwd worden, in een elektrische fabriek die werkt op zonnepanelen. Voor het milieu.

"School is stom, ik wil daar liever niet over praten"

Yana

Dit ben ik

Ik zit op musical les en ik leer piano spelen via de computer. School is stom, ik wil er liever niet over praten. Ik ga misschien naar een andere school, een school voor hoogbegaafden. Dan hoef ik minder te herhalen en niet steeds naar de juf te luisteren.

Als ik later groot ben wil ik zelf juf worden. Van kleine kinderen.

De baas voor één dag

Wat ik zou doen als ik een dag de baas was? Je bedoelt als ik minister president zou zijn? Weet je wat de opdracht van musical is? Dat! Daar heb ik dus al over nagedacht: Ik zou al het snoep van de wereld gratis maken!

"Er is niet één weg die voor elk hyperhoogbegaafd kind werkt: het moet echt op maat zijn voor het kind"

Ellen,
moeder van Jelte en Yana

Waaraan merkte je dat jouw kinderen anders zijn?

Wij hadden niet echt ervaring met andere kinderen in onze omgeving, dus we dachten dat ze vrij normaal waren. Ik vond wel altijd dat het pittig was om kinderen te hebben, extreem pittig zelfs. Als ik nu om me heen kijk zie ik dat dat bij andere gezinnen niet zo is, of dat het in elk geval minder pittig lijkt.

Ik ben al vrij vroeg aan de bel gaan trekken, al bij het consultatiebureau heb ik gevraagd of het normaal was: Jelte had zo’n sterke eigen wil. Alles wat je als ouder bedacht, daar had hij een ander idee bij. Constant alles onderzoeken, alles ontdekken. Op de peuterspeelzaal was het bijvoorbeeld zo dat als er 14 kinderen naar buiten kwamen rennen, er 13 naar rechts gingen en eentje naar links. En die ene was dan altijd Jelte. In binnenspeeltuinen was hij degene die ergens in een klein hoekje een muizenlokdoosje vond of bezig was met hoe het luchtkussen werd opgeblazen in plaats van te spelen. Hij was nooit aan het spelen met dingen zoals andere kinderen spelen. Deed altijd iets anders.

Op gegeven moment dacht ik: we moeten meer uitdagend speelgoed proberen. Dus toen hebben we hem heel jong al LEGO gegeven, maar als dat dan niet in één keer lukte lag het ergens in een hoek en speelde hij er nooit meer mee. Bijna alles wat hij wilde ging vanzelf, en als iets dan een keer wel moeilijk was haakte hij direct af.

Yana was een heel ander kind dan Jelte. Ze was niet zo onderzoekend als hij, maar heel vrij. Ze liep overal weg, ik was haar altijd kwijt. Als ik op het schoolplein wachtte op Jelte kon zij ineens 3 straten verderop zijn of liep ze ergens boven in een andere klas. Ze liep zomaar bij iedereen binnen en vond het overal heel gezellig. Ik kende eigenlijk verder geen kinderen die zo vrij wegliepen bij hun moeder. Als ze mij ergens zag dacht ze ‘alles wat ergens anders gebeurt is interessanter’.

Ze is natuurlijk jonger dan Jelte en zij moest vaak mee als we met hem ergens heen gingen. Op een gegeven moment had ik geen handen genoeg meer: dan wilde Jelte naar rechts en Yana naar links en dan hielden ze dat allebei zo lang vol tot ze op de grond gingen liggen gillen en je er eentje uiteindelijk gewoon maar mee moest slepen. Dat weet ik nog heel goed.

Yana wilde ook steeds nieuwe input en had een hele korte spanningsboog, maar dat hebben kleine kinderen vaker dus ik dacht dat dat niks bijzonders was. We dachten niet dat zij hoogbegaafd was, zelfs niet toen uit intelligentieonderzoek bleek dat Jelte hyperhoogbegaafd was. Eigenlijk zijn we er daarna per toeval achtergekomen dat Yana ook hyperhoogbegaafd is. De onderzoeker zei: zullen we ook eens naar zijn zusje kijken? Het verbaasde ons echt een beetje.

Wat zijn volgens jou bij hen echt kenmerken van hyperhoogbegaafdheid?

Er is niet één eenduidig kenmerk van hyperhoogbegaafdheid, het is heel uiteenlopend. Mijn kinderen zijn bijvoorbeeld echt heel verschillend.

Jelte heeft interesse in alles. Hij wil alles weten en houdt niet op met vragen. Als hij antwoord krijgt heeft hij daar meteen weer 10 vragen bij en dat houdt gewoon niet op en gaat maar door. We hebben thuis pauzes ingelast, van dit uur mag je geen vragen stellen. “Waarom mag ik nu geen vragen stellen?” is dan direct de eerste vraag die je krijgt. Bij hem is het grootste kenmerk dus echt zijn nieuwsgierigheid. Het steeds doorvragen en verbanden leggen tussen heel verschillende onderwerpen.

Bij Yana vind ik het veel lastiger te zien. Op school is het bij haar heel anders: ze raakt verveeld en dan gaat ze rare dingen doen. Heeft bijvoorbeeld stiekem gedrag en haalt haar verrijking dan uit kijken hoe mensen daarop reageren. Ze kan ineens heel boos spelen of heel blij, heel lief of juist stout doen en dan kijken wat er allemaal gebeurt, wat haar gedrag met mensen doet.

Wat zou je tegen scholen willen zeggen over hyperhoogbegaafdheid?

Als je op school aanklopt en zegt ‘Mijn kind is hoogbegaafd’ dan denken mensen snel ‘Oh, daar heb je weer van die ouders die graag willen dat hun kind heel slim is’. Maar neem die ouders serieus. Er is echt een enorme drempel om als ouder naar school te stappen en uit te spreken dat je vermoed dat je kind weleens hoogbegaafd zou kunnen zijn. Dat zeg je echt niet zomaar. Luister dus naar de ouders, want zij zijn expert over hun eigen kind. Zij weten wat bij hen past en wat voor hen wel en niet werkt. Stuur ze niet weg maar ga samen op zoek naar wat voor het kind passend is. 

Ik zou ook willen zeggen dat elk hyperhoogbegaafd kind zijn eigen leerlijn, een eigen programma, nodig heeft. Voor Jelte is die al heel anders dan voor Yana en zij komen uit hetzelfde gezin. Er is niet één weg die voor elk hyperhoogbegaafd kind werkt: het moet echt op maat zijn voor het kind. 

Jelte is bijvoorbeeld versneld. Ze hebben hem op school daarna extra taken aangeboden en er is begeleiding geweest. Die begeleiding was in eerste instantie niet passend en daarna is er daarom weer andere begeleiding bij gehaald. Ze hebben de leerlijnen af en toe los durven laten: hij deed soms hele andere stof dan de rest, of ze lieten hem sommige dingen met een andere klas meedoen. Voor Jelte was dat heel lang prima: het is niet een kind dat altijd iets in een groep wil doen, hij vindt het helemaal niet erg om dingen alleen te doen. Dat maakt dat je de lesstof makkelijk aan kunt passen en waar nodig kunt versnellen.

Yana vindt het juist verschrikkelijk om iets anders te doen dan de rest: die wil gewoon met de groep mee. Als de rest van de groep iets niet doet, wil zij het ook niet. Dan voelt ze zich anders. Zij kan haar ei niet kwijt in zelfstandig moeilijker of ander werk doen. Voor haar zijn we dus echt op zoek naar ontwikkelingsgelijken en dat kan op haar reguliere school niet want die hebben ze daar gewoonweg niet voldoende. Daarom zijn we voor haar nu aan het kijken naar een voltijds hoogbegaafden school, zodat ze die ontwikkelingsgelijken kan gaan vinden waar ze zo’n behoefte aan heeft.

Wat voor leerkrachten ook belangrijk is om te weten is dat deze kinderen vaak nog nooit ervaren hebben dat ze iets nog niet kunnen. Als je in de kleuterklas iets nog niet kan is dat gewoon normaal. Als een kind van vier zijn naam nog niet kan lezen of nog niet alle kleuren kent is dat geen enkel probleem want ze hebben nog twee jaar de tijd om dat soort dingen te leren voor ze naar groep 3 gaan. Hyperhoogbegaafde kinderen kunnen dit vaak allemaal al wel, maar laten het soms gewoon niet zien omdat ze bang zijn om fouten te maken of omdat ze om zich heen zien dat hun klasgenoten het nog níet kunnen. Daardoor vallen ze niet op en krijgen ze geen nieuwe stof aangeboden, leren ze niet dat je iets nieuws eerst moet léren voordat je het kan. En als ze dan uiteindelijk wel een keer iets moeten doen wat pas na de derde keer lukt haken ze af. Ze hebben nog nooit ervaren dat iets niet in één keer lukt en de eerste paar keer is zoiets best eng. Dan zoeken ze de weg van de minste weerstand. Daar zijn ze heel goed in…

Is elk hyperhoogbegaafd kind een kleine Einstein?

Het grootste vooroordeel waar je tegenaan loopt is dat hyperhoogbegaafde kinderen alles in één keer kunnen en dat alles ze makkelijk afgaat. Als ze zo briljant zijn, waarom doen ze dan zo moeilijk? Alsof ze nooit iets hoeven te leren. Dat klopt natuurlijk niet.

Mijn beeld van hoogbegaafdheid was vroeger ook kinderen die, weet ik veel, op hun derde vrijwillig Russisch gaan leren en dat dan ook nog binnen no-time foutloos kunnen. Maar mijn kinderen zijn echt geen Einsteins. Die willen zoiets helemaal niet leren, willen niet lezen, willen niet rekenen. Ze vinden dat allemaal stom dus ze gaan echt niet zomaar vrijwillig iets schools doen of iets waarvan wij als ouders, of leerkrachten, denken dat het nuttig is om te leren.

Waar het dan wel in zit? We hebben inmiddels geleerd dat er net zoveel verschillende hoogbegaafden zijn als er verschillende kinderen zijn. Sommige hyperhoogbegaafde kinderen zijn heel schools slim en kunnen dus heel goed leren en goed meekomen. Daar past het schoolsysteem goed voor, zolang je hun hoge leertempo maar volgt. Anderen, zoals die van mij, willen gewoon alles zélf bepalen. Ze zijn heel autonoom, willen alleen leren wat zij zelf willen weten, in hun eigen tijd, alleen wanneer zíj dat willen. Dat is best lastig binnen het onderwijs.

Hyperhoogbegaafd: voor of nadeel?

Een voordeel is dat veel dingen ze heel gemakkelijk af gaan. Maar dat zijn dan wel dingen die ze zélf gekozen hebben en zelf willen ontdekken. Als ze zoiets eenmaal gevonden hebben dan kunnen ze dat heel snel heel goed.

Jelte en techniek bijvoorbeeld: hij leerde fietsen en zat meer naar de trappers en versnellingen te kijken dan naar waar hij heen fietste. Niet heel handig, maar hij weet wel binnen no-time hoe zo’n fiets precies in elkaar zit. Jelte ziet een machine, gaat eronder liggen en weet hoe het werkt. Dat hoef je hem niet uit te leggen. Met rekenen zie je dat ook: hij heeft een bepaald inzicht en dat kan hij dan ook op andere gebieden toepassen. Hij hoeft het maar één keer te horen en hij weet het. Dus als het om begrijpen gaat is hij heel snel.

Wat ook heel leuk is nu is dat we heel veel woordgrappen kunnen maken, want hij snapt ze heel snel. Het woord sarcasme is hier ook al heel vroeg geïntroduceerd en dat weet hij feilloos te gebruiken en hij heeft het ook direct door wanneer wij het zelf gebruiken.

Bij Yana zien we de voordelen nog niet echt, die flierefluit vooral nog. Ik denk dat de voordelen bij haar nog moeten blijken.

Het grootste nadeel bij Jelte is dat hij gewoon nergens tussen past, hij is altijd de uitzondering. Yana kan zich goed voegen in een groep, is sociaal heel handig, maar met Jelte is het lastiger.

Een nadeel bij Yana is dat het bij haar minder opvalt of ze goed op haar plek zit of niet, waardoor het ook lastiger is om uit te zoeken wat er helpt of niet. Als ze iets niet wil of het lastig vindt om ergens over te praten gaat ze gewoon onder de tafel liggen of allerlei andere ontwijkende dingen doen. Dan kun je op je kop gaan staan maar er gebeurt gewoon niets. Ook met rekenen of schrijven: als ze niet wil, dan houdt het gewoon op.

Wat vraagt het van jou als ouder?

Overal waar je komt is het ingewikkeld. Ik kan Jelte niet zomaar ergens achterlaten zonder dat ik er veel aandacht aan moet besteden. Dat is op school zo, het was op de peuterspeelzaal zo, bij de kerk is het zo. Ook bij familie moet je hem veel in de gaten houden. De hele tijd sturen en helpen om de sociale stukken goed te laten gaan.

Hij zat op school ook gewoon niet lekker in zijn vel, paste nergens tussen. Daardoor zitten we de hele tijd te zoeken naar wat passend is, wat helpt, wat werkt en wat niet. Soms werkt iets een week en dan moet je alweer iets nieuws verzinnen. Het kost heel veel tijd en energie.

Yana is zoals ik al zei van alles aan het uitproberen met haar gedrag. En ze heeft een enorm uithoudingsvermogen dus als ze iets niet wil kan ze bijvoorbeeld heel lang gaan gillen. Dat kan ze enorm goed inzetten. Ik heb haar weleens zonder schoenen, zonder jas, op blote voeten midden in de winter op de fiets moeten duwen omdat ik naar Jelte moest en zij absoluut niet mee wilde maar echt nog te jong was om alleen thuis te laten. En niet één keertje hoor, zulke dingen gebeurden vaker. Nog steeds: als Yana iets bedenkt of juist niet wil dan kan zij dat heel lang volhouden. Dus overal moet je heel veel overredingskracht voor hebben.

Je moet als ouder gewoon ontzettend creatief zijn en uithoudingsvermogen hebben. Ze staan nooit uit, gaan altijd maar door en dat is best vermoeiend.

Wat zou je zelf graag nog willen zeggen?

Dat is een ingewikkelde. Maar wat ik graag tegen andere ouders zou willen zeggen is: stel gewoon open vragen als je iets wil weten, maar vertel ons niet hoe we iets moeten doen. Ik krijg best vaak opmerkingen omdat ze allebei een sterke eigen wil hebben en er daardoor regelmatig conflicten zijn op het schoolplein of op andere openbare plekken. En dan krijg je daar soms goedbedoelde maar ongevraagde adviezen over, die dan helemaal niet passend zijn. Mensen hebben vaak geen idee, het is ook bijna niet uit te leggen. Wat kan ik op zo’n moment zeggen? “Mijn kind is hyperhoogbegaafd, vandaar dat hij zo reageert”? Dat is ook gewoon niet te begrijpen en het is niet zomaar in 3 zinnen uit te leggen.

Ik vind het nooit erg als mensen interesse tonen en vragen wat er aan de hand is, maar ik vind het wel heel vervelend als er ongevraagd tegen me gezegd wordt: “Je moet gewoon een beetje consequent zijn! De mijne hoeft dat niet te doen hoor, zo tegen mij te praten.” Dan denk ik ja, ga maar een weekje met mijn kinderen zitten, kijken of je daarna nog zo stellig bent.

Aan de andere kant: Geert en ik zeggen weleens tegen elkaar: “Het is heel vermoeiend en echt een uitdaging om alles draaiende te houden, maar ergens is het ook wel leuk!”

Als we kijken naar kinderen die de hele dag heel braaf op schoot zitten, altijd heel goed luisteren en alles doen wat je vraagt dan denken we: dat is eigenlijk best wel een beetje saai. Hoe onze kinderen zijn geeft ergens ook wel lekker reuring. Het houdt ons scherp en we worden uitgedaagd. En nu ze wat ouder worden en je veel met ze kunt praten is het ook gewoon gezellig omdat je samen heel snel naar andere onderwerpen kan schakelen en heel veel gekke verbanden kan leggen. Ze kunnen dat tempo heel snel al aan en dat is heel leuk.