Mijn kleinkind is hoogbegaafd!
Mijn kleinkind is hoogbegaafd!
Mijn kleinkind is hoogbegaafd
Deze column wordt geschreven door dr. Noks Nauta (foto hierboven, door Gijs de Kruijf). Zij is arts niet praktiserend en psycholoog. In 2000 ontdekte ze dat ze (zeer) hoogbegaafd is en zag tegelijk een groot tekort aan kennis over hoogbegaafde volwassenen. Sindsdien verzamelt en verspreidt zij kennis over hoogbegaafdheid bij volwassenen en senioren en kennis over zeer hoogbegaafden. Dat doet zij grotendeels vanuit het IHBV, een kennisinstituut waarvan zij medeoprichter en erebestuurslid is. (www.ihbv.nl). Zij geeft presentaties en workshops, schrijft artikelen en boeken. Een deel van haar boeken is te vinden in de webshop van het IHBV (Webshop – IHBV). Voor Talentissimo schrijft Noks Nauta over haar ervaringen en gedachten rondom hoogbegaafdheid.
Op 11 maart kwamen er 20 grootouders van hoogbegaafde kleinkinderen naar Bilthoven. Ze hadden een enorme leerhonger en wilden alles weten over hoogbegaafdheid. Er was veel betrokkenheid. Grootouders zijn tegenwoordig veel meer in contact met hun kleinkinderen dan vroeger en kunnen een belangrijke rol spelen. Zo schrijft Mirjam Stoppard (The grandparents book): “Grandparents are the enablers of their grandchildren, encouraging them to develop their personalities and achieve their goals.”
Ze vertelden over de mooie ervaringen maar ook over knelpunten. Kinderen bij wie de school niet aansluit, kinderen die niet tegen hun verlies kunnen, faalangst vertonen en snel opgeven. Tips werden ook gegeven: Praat met het kind over spelregels, bijvoorbeeld n.a.v. sport; laat het kind zelf een spel bedenken mét regels. Geef zelf het voorbeeld hoe je wel om kunt gaan met verlies of frustratie. Veerkracht ontwikkelen kan niet vroeg genoeg.
Basiskennis over hoogbegaafdheid werd gepresenteerd aan de hand van het Delphimodel hoogbegaafdheid van Kooijman-van Thiel. Dat model is via een Delphistudie onder 20 experts tot stand gekomen en in 2008 gepubliceerd. Door kennistekort zijn er nog veel misvattingen over hoogbegaafdheid, mede gevoeld door kennistekort. Zo zegt men vaak dat hoogbegaafden niet sociaal zouden zijn. Onzin! Of dat ze vaker psychische ziekten zouden hebben. Het omgekeerde is juist het geval. Een hogere intelligentie gaat samen met minder psychische ziekten. Maar áls een hoogbegaafde hulp nodig heeft, dan is het van belang dat de hulpverlener er iets vanaf weet.
Er werd ook gepraat over de eigen kenmerken van hoogbegaafdheid. Intelligentie heeft een sterke erfelijke component. Het zelf weten van deze kenmerken kan je helpen om je behoeften in kaart te brengen en zelfs op hoge leeftijd kun je hier veel plezier aan beleven! Als men in families van hoogbegaafden er meer over weet, zal dit ook tot meer onderling begrip leiden.
